Waar kunnen we je mee helpen?

Alles
Financiën & Fiscaal Ondernemen
3 items gevonden
Financiën & Fiscaal Ondernemen
1 min
Auto van de zaak BV (2025): De ultieme gids voor de DGA

Voor een Directeur-Grootaandeelhouder (DGA) is de keuze voor een nieuwe auto veel meer dan een kwestie van smaak. Het is een strategische beslissing met een directe impact op uw netto-inkomen, uw belastingdruk en de liquiditeit van uw BV. De vraag is dan ook niet simpelweg "welke auto?", maar "welke auto-constructie levert het hoogste rendement op?". Dit is dé gids die de auto van de zaak bv-puzzel voor u oplost, waarbij we verder kijken dan de standaard regels en focussen op wat echt telt: strategische optimalisatie. 

De meeste adviezen blijven steken bij een simpele dga auto zakelijk of privé-vergelijking. Wij gaan verder. We analyseren de drie cruciale pilaren van uw beslissing: de interactie met uw DGA-salaris, de totale kostenstructuur voor de BV, en het netto voordeel voor u als persoon. 

"De slimste DGA vraagt niet 'wat kost de auto?', maar 'welk type auto maakt mijn salarispakket het meest efficiënt?'. De wagen op de oprit wordt zo een strategisch instrument voor fiscale optimalisatie, in plaats van een simpele kostenpost." 

- Jonah Kacou, Financieel Strateeg bij Boekhouder Digitaal 

Zakelijk of Privé? De drie pilaren van de beslissing in een BV 

De keuze tussen de auto op naam van de BV zetten of deze privé aanschaffen en zakelijke kilometers declareren, hangt af van een ROI-berekening. Laten we de twee opties strategisch ontleden.

Optie 1: De auto van de zaak (op de BV) 

Wanneer uw BV de auto koopt (of leaset), worden alle kosten direct door de vennootschap gedragen en zijn ze aftrekbaar van de winst. Denk hierbij aan: 

● Afschrijving (doorgaans maximaal 20% per jaar van de aanschafwaarde minus restwaarde) 

● Verzekering, motorrijtuigenbelasting 

● Brandstof, onderhoud en reparaties 

● (Rente)lease-termijnen 

Gebruikt u deze auto voor meer dan 500 kilometer per jaar privé, dan moet u hiervoor een correctie toepassen op uw loon: de bijtelling. Dit wordt gezien als loon in natura, zoals vastgelegd in artikel 13bis van de Wet op de loonbelasting 1964. Deze bijtelling verhoogt uw belastbaar inkomen in Box 1. Voor de btw geldt een aparte regeling voor het privégebruik. 

Optie 2: De auto in privé 

Als u de auto privé aanschaft, draagt u zelf alle kosten. Voor de zakelijke ritten die u voor uw BV maakt, mag u een onbelaste vergoeding van uw BV aan uzelf uitkeren. Volgens de meest recente richtlijnen van de Belastingdienst bedraagt deze vergoeding € 0,23 per kilometer (tarief 2025, onderhevig aan jaarlijkse indexatie). Dit vereist een sluitende rittenregistratie om de zakelijke kilometers aan te tonen. 

De hamvraag is: zijn de totale aftrekbare kosten in de BV (minus de belasting over de bijtelling) voordeliger dan de onbelaste kilometervergoeding die u kunt ontvangen? 

De impact op uw DGA-salaris: Hoe u de bijtelling fiscaal optimaliseert 

Hier ligt de cruciale optimalisatieslag die concurrenten missen. Voor een DGA is de bijtelling niet alleen een kostenpost; het is een integraal onderdeel van de gebruikelijk loon-regeling. Volgens artikel 12a van de Wet op de loonbelasting 1964 moet een DGA zichzelf een loon toekennen dat 'gebruikelijk' is, met in 2025 een minimum van € 56.000. 

De fiscale bijtelling dga salaris-interactie werkt als volgt: de bijtelling voor het privégebruik van de auto wordt door de Belastingdienst beschouwd als loon. Dit betekent dat de bijtelling meetelt voor het bereiken van uw verplichte gebruikelijk loon. 

Strategisch Inzicht: Een hogere bijtelling kan betekenen dat u minder salaris in cash hoeft uit te keren om aan de norm te voldoen. Dit verlaagt de directe cash-out voor de BV en kan uw

totale belastingdruk optimaliseren, omdat u wellicht minder dividend (belast in Box 2) hoeft uit te keren om uw levensstijl te financieren. 

Scenario vergelijking: Nieuw vs. Elektrisch vs. Youngtimer 

De keuze voor het type auto heeft een gigantische impact op de uitkomst. We zetten de drie belangrijkste scenario's voor een DGA op een rij. 

Scenario 1: Een nieuwe benzine/diesel auto in de BV 

Bijtelling: Het standaardtarief. Voor auto's met een eerste toelating in 2025 is dit 22% van de cataloguswaarde, inclusief btw en bpm. 

Kosten BV: De BV kan alle kosten, inclusief de btw op aanschaf en onderhoud, aftrekken (mits de auto voor belaste prestaties wordt gebruikt). De afschrijving is lineair over maximaal 5 jaar. 

BTW-correctie: Voor het privégebruik (inclusief woon-werk) past u aan het eind van het jaar een btw-correctie toe, vastgelegd in het Besluit Uitsluiting Aftrek omzetbelasting (BUA). Als u geen rittenregistratie bijhoudt, is dit een vast percentage van 2,7% van de cataloguswaarde. Als u bij aankoop geen btw heeft kunnen aftrekken (bijv. bij een marge-auto), is dit 1,5%. 

Scenario 2: De youngtimer regeling in de BV 

De youngtimer regeling bv is een extreem populaire strategie. Voor auto's van 15 jaar en ouder gelden afwijkende, vaak zeer voordelige regels. 

Bijtelling: De bijtelling bedraagt 35%, maar wordt berekend over de dagwaarde (de huidige waarde in het economisch verkeer) en niet over de (veel hogere) oorspronkelijke cataloguswaarde. 

Kosten BV: Alle kosten, inclusief potentieel hoger onderhoud, zijn volledig aftrekbaar van de winst. Dit kan aanzienlijk zijn bij luxe, oudere modellen. 

Strategisch voordeel: U kunt een representatieve, luxe auto rijden tegen een fractie van de bijtelling van een nieuw model. Een taxatierapport is aan te raden om de dagwaarde correct vast te stellen en discussie met de Belastingdienst te voorkomen. 

Scenario 3: De elektrische auto (EV) in de BV

De overheid stimuleert elektrisch rijden nog steeds, maar de voordelen worden afgebouwd. Snel handelen is hier de strategie. 

Bijtelling: Voor een bijtelling elektrische auto 2025 geldt een verlaagd tarief van 17% over de eerste € 30.000 van de cataloguswaarde. Voor het bedrag daarboven geldt het reguliere tarief van 22%. Deze gunstige regeling geldt voor 60 maanden na de eerste tenaamstelling. Vanaf 2026 vervalt dit voordeel voor nieuwe auto's en geldt voor alles 22%. 

Kosten BV: Naast de reguliere kostenaftrek, zijn er mogelijk extra voordelen zoals de Milieu-investeringsaftrek (MIA), al zijn de voorwaarden hiervoor in 2025 aangescherpt. ● Strategische Urgentie: Een EV in 2025 aanschaffen betekent dat u het lagere bijtellingspercentage voor 5 jaar 'vastklikt'. Dit is een significant voordeel dat verdwijnt voor wie langer wacht. 

Rekenvoorbeeld: De totale kosten vergeleken (DGA-norm) 

Laten we de theorie praktisch maken. We baseren dit voorbeeld op het normbedrag voor het gebruikelijk loon van € 56.000 (2025). Een inkomen tot circa € 75.500 valt in de eerste schijf van de inkomstenbelasting, met een tarief van (indicatief) 36,97%. We gebruiken dit percentage voor de berekening.

Vergelijking: zakelijke auto (bijtelling & kosten)
Kenmerk Nieuwe Benzineauto Youngtimer (15+ jaar) Nieuwe Elektrische Auto
Cataloguswaarde / Aanschaf € 50.000 Aanschaf: € 15.000 € 50.000
Dagwaarde (voor bijtelling) n.v.t. € 10.000 n.v.t.
Bruto Bijtelling per Jaar € 11.000 (22% van € 50k) € 3.500 (35% van € 10k) € 9.500 (17% van € 30k + 22% van € 20k)
Netto Bijtelling per Jaar € 4.067 (36,97% van € 11k) € 1.294 (36,97% van € 3,5k) € 3.512 (36,97% van € 9,5k)
Indicatieve Jaarl. Kosten BV € 12.000 (Afschr., Vz, etc.) € 9.000 (Hoger ond., etc.) € 11.000 (Lagere ‘brandstof’)
Netto Kostenpost BV € 9.060 (na aftrek Vpb) € 6.885 (na aftrek Vpb) € 8.305 (na aftrek Vpb)

Let op: dit is een vereenvoudigd voorbeeld. De vennootschapsbelasting (Vpb) en heffingskortingen zijn indicatief verrekend. De daadwerkelijke uitkomst hangt af van vele factoren. 

De analyse is duidelijk: op basis van de DGA-norm leidt de Youngtimer tot de laagste netto cash-out voor de DGA privé. Echter, de totale kosten voor de BV en de impact op uw salarisstructuur zijn minstens zo belangrijk. Wat is de totale impact op uw gecombineerd vermogen? Dat is precies wat onze rekentool voor u uitwerkt. 

Genoeg van statische voorbeelden? Bereken uw eigen situatie 

Elke DGA en elke BV is uniek. De beste keuze hangt af van uw winst, uw rijgedrag, uw salarisstructuur en uw toekomstplannen. Staren naar algemene voorbeelden is inefficiënt. U heeft een dynamische, op uw situatie afgestemde analyse nodig. 

Stop met gissen en start met strategisch plannen. Krijg direct inzicht in de totale kosten en netto voordelen van elke optie.

Financiën & Fiscaal Ondernemen
1 min
Eenmanszaak omzetten naar BV: De complete gids voor de strategische ondernemer (2025)

Uw eenmanszaak groeit. De omzet stijgt, de projecten worden groter, maar de belastingdruk en de risico's nemen navenant toe. U voelt dat u op een kruispunt staat. De overstap naar een Besloten Vennootschap (BV) is niet langer een vage gedachte, maar een serieuze, strategische overweging. Dit is geen administratieve horde, maar de logische volgende stap in de evolutie van uw onderneming. 

In deze gids gaan we verder dan de standaardberekeningen. We leggen uit wanneer de tijd rijp is voor een BV en hoe u de overstap fiscaal geruisloos structureert. We focussen ons op de meest gekozen route voor groeiende bedrijven: de geruisloze inbreng. Dit is geen technisch verhaal, maar een strategisch draaiboek voor de ondernemer die klaar is voor de volgende fase. 

De signalen: Wanneer is de tijd rijp voor een BV? 

De beslissing om uw eenmanszaak om te zetten naar een BV wordt vaak gedreven door drie duidelijke triggers. Herkent u zich hierin, dan is het tijd voor een adviesgesprek. 

1. De fiscale trigger: Het omslagpunt is bereikt 

De meest concrete drijfveer is de winst. Bij een groeiende winst wordt het toptarief in de inkomstenbelasting een serieuze last. Het fiscale omslagpunt, het punt waarop een BV fiscaal voordeliger wordt, is een complexe berekening die afhangt van uw winst, toekomstplannen en investeringen. In ons diepgaande artikel, "Belastingdruk Eenmanszaak vs. BV Berekenen: Het Definitieve Omslagpunt voor de Groeiende Ondernemer", leggen we precies uit hoe u dit punt voor uw situatie kunt bepalen.

2. De juridische trigger: Beperking van privé-aansprakelijkheid 

In een eenmanszaak bent u als persoon juridisch één met uw bedrijf. Dit betekent dat schuldeisers van uw bedrijf aanspraak kunnen maken op uw privévermogen, zoals uw huis of spaargeld. Een BV is een aparte rechtspersoon. Dit creëert een cruciale scheiding tussen uw zakelijke en privévermogen, waardoor uw persoonlijke financiële situatie beschermd is tegen bedrijfsrisico's. Voor ondernemers die grotere contracten aangaan of personeel aannemen, is dit een niet-onderhandelbare voorwaarde. 

3. De commerciële trigger: professionaliteit en groeipotentieel 

Een BV straalt professionaliteit en stabiliteit uit naar klanten en leveranciers. Nog belangrijker: als u van plan bent om in de toekomst investeerders aan te trekken, is een BV essentieel. Alleen een BV kan aandelen uitgeven, wat nodig is om kapitaal aan te trekken voor verdere groei. 

"De echte overstap naar een BV is geen fiscale, maar een mentale stap. Het is de transitie van 'zzp'er' naar 'CEO'. De focus verschuift van wat je bespaart, naar wat je bouwt: een schaalbaar, verkoopbaar bedrijf." 

- Jonah Kacou, financieel strateeg bij Boekhouder Digitaal 

De drie routes naar een BV: Welke strategie past bij u? 

Er zijn drie manieren om uw eenmanszaak om te zetten naar een BV. De keuze is geen technisch detail, maar een strategische beslissing die afhangt van uw toekomstplannen. 

Route 1: geruisloze inbreng - Voor de lange termijn bouwer 

Dit is de meest gekozen route voor succesvolle, groeiende eenmanszaken (artikel 3.65 van de Wet inkomstenbelasting 2001). U 'schuift' uw onderneming fiscaal neutraal door naar de nieuwe BV. Er vindt geen directe afrekening over de meerwaarde (stakingswinst) plaats; de belastingclaim wordt doorgeschoven naar de toekomst. Dit is ideaal als uw bedrijf veel 'verborgen' waarde heeft (zoals goodwill of overwaarde op een pand) en u niet van plan bent op korte termijn te verkopen. Een belangrijke voorwaarde onder deze regeling is dat u de aandelen die u ontvangt in principe niet binnen drie jaar verkoopt om misbruik te voorkomen.

Route 2: ruisende inbreng - voor de ondernemer met verkoopplannen 

Bij een ruisende inbreng 'verkoopt' u uw onderneming voor de actuele marktwaarde aan uw nieuwe BV. Fiscaal wordt dit gezien als een staking van de onderneming, waarbij u direct inkomstenbelasting betaalt over de stakingswinst. Het grote voordeel is echter dat er geen 'wachttijd' op de aandelen zit. U kunt de aandelen van de BV direct daarna verkopen. Dit is de strategische route voor de ondernemer die een exit voorbereidt. 

Route 3: activa-passiva transactie - De snelle en simpele start 

Dit is de meest eenvoudige methode, waarbij u simpelweg de bezittingen (activa) en schulden (passiva) van uw eenmanszaak verkoopt aan de BV. Dit is een snelle optie, ideaal voor bedrijven met relatief weinig meerwaarde of complexiteit, waar de formaliteiten van de andere routes niet opwegen tegen de baten. 

Onze werkwijze in de praktijk: Van hoge aanslag naar €20.000 besparing 

Profiel: Een groeiend ontwerp- en modelingbureau in de bouw- en werktuigbranche. 

Probleem: De winsten werden steeds groter. Ondernemer had niks door, omdat wij zijn boekhouding volledig van hem ontzorgen. In deze lijn had de ondernemer een hoge aanslag kunnen gaan verwachten. 

Onze aanpak: Omdat wij de administratie integraal en proactief beheren, signaleerden we de stijgende winst en de fiscale druk al vroegtijdig. We nodigden de ondernemer uit voor een strategiesessie, nog voordat hij zelf de pijn van de definitieve aanslag voelde. We berekenden dat een BV-structuur hem in dat jaar alleen al €20.370 aan belasting had bespaard. 

Resultaat: Op ons advies hebben we hem doorverwezen naar een gespecialiseerde notaris om de BV met terugwerkende kracht op te richten. Dit heeft zijn privé-aansprakelijkheid direct veiliggesteld en levert hem nu een jaarlijkse belastingbesparing op van ruim €20.000. Een resultaat dat alleen mogelijk was door een proactieve, strategische benadering.

Stappenplan: De geruisloze inbreng in de praktijk

Hier volgt een praktisch stappenplan voor de geruisloze inbreng. 

Stap 1: raadpleeg een expert. Dit is geen verkooppraatje, maar een cruciaal advies. De keuze voor de juiste route en de correcte waardering hebben verstrekkende gevolgen. Een expert helpt u de juiste strategische en fiscale keuzes te maken. 

Stap 2: De intentieverklaring. Om uw eenmanszaak met terugwerkende kracht per 1 januari van een jaar in te brengen, moet u uw voornemen kenbaar maken bij de Belastingdienst. Voor maximale rechtszekerheid moet de intentieverklaring vóór 1 oktober van datzelfde jaar aangetekend zijn geregistreerd bij de Belastingdienst. Hoewel dit de standaard route is, zijn er in uitzonderlijke situaties en na vooroverleg met de Belastingdienst soms andere mogelijkheden. Vertrouw echter nooit op uitzonderingen; een tijdige planning is essentieel. 

Stap 3: Oprichting van de BV. Een notaris stelt de oprichtingsakte op. Hierin worden de statuten van de nieuwe BV vastgelegd. Dit is ook het moment om te overwegen een holdingstructuur op te zetten voor extra risicospreiding. 

Stap 4: De akte van inbreng. In een aparte notariële akte wordt de daadwerkelijke inbreng van de activa en passiva van uw eenmanszaak in de BV vastgelegd. ● Stap 5: Inschrijving bij de KvK. De notaris verzorgt de inschrijving van de nieuwe BV in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel en schrijft de eenmanszaak uit. 

Veelgemaakte fouten en valkuilen (en hoe u ze voorkomt) 

Een expert loodst u niet alleen door het proces, maar behoedt u ook voor kostbare fouten. 

Valkuil 1: De deadline voor de intentieverklaring missen. Gevolg: geen terugwerkende kracht naar 1 januari en een heel jaar fiscaal voordeel mislopen. 

Valkuil 2: De 3-jaars-termijn negeren. Verkoopt u de aandelen van een geruisloos ingebrachte BV binnen drie jaar, dan kan de Belastingdienst stellen dat de overstap misbruik van de regeling was en alsnog de belasting over de stakingswinst heffen, conform de voorwaarden in de wet. 

Valkuil 3: Geen rekening houden met het DGA-salaris. Zodra u 

directeur-grootaandeelhouder (DGA) van uw BV bent, bent u wettelijk verplicht uzelf een 'gebruikelijk loon' uit te keren. Voor 2025 is dit vastgesteld op minimaal € 56.000 (op basis van de gebruikelijk-loonregeling in artikel 12a van de Wet op de loonbelasting 1964), een significante vaste kostenpost waar u rekening mee moet houden.

Uw volgende stap: Een vlekkeloze overgang 

De overstap van eenmanszaak naar BV is een van de belangrijkste strategische beslissingen die u als groeiende ondernemer zult nemen. De juiste route, timing en uitvoering hebben directe gevolgen voor uw fiscale toekomst, uw aansprakelijkheid en uw vermogensopbouw. Een fout is snel gemaakt en kan u tienduizenden euro's kosten. 

Neem de controle over uw groei. 

Plan een vrijblijvend adviesgesprek in 

Beoordeeld door Jonah Kacou, financieel strateeg bij Boekhouder Digitaal.

Financiën & Fiscaal Ondernemen
1 min
Dubbele administratie, halve moeite: De workflow die uw holdingstructuur efficiënt maakt

De holdingstructuur: voor de strategische ondernemer is het de ultieme zet voor risicospreiding, vermogensopbouw en fiscale optimalisatie. Het scheiden van uw waardevolle assets (in de holding) van uw operationele risico’s (in de werk-BV) is een fundament voor duurzame groei. Maar er is een schaduwzijde die vaak wordt gefluisterd, een angst die veel groeiende ondernemers weerhoudt: de ‘dubbele administratie’. Twee BV's betekent twee boekhoudingen en een web van onderlinge transacties dat complex en tijdrovend voelt. 

Maar wat als die gevreesde last, met de juiste workflow en de juiste tools, kan worden gereduceerd tot halve moeite? Wat als de complexiteit van de administratie voor uw holding en werkmaatschappij geen obstakel is, maar een beheersbaar proces dat u volledig kunt stroomlijnen? 

In dit diepgaande artikel demystificeren we de administratie van een holdingstructuur. We bieden u geen theorie, maar een praktisch stappenplan, concrete workflows en de cruciale inzichten die de administratieve last niet alleen beheersbaar, maar zelfs efficiënt maken. Dit is geen gids over boekhouden; dit is een draaiboek voor financiële controle en efficiëntie, speciaal voor de ondernemer die zijn tijd liever besteedt aan groei dan aan administratie. 

De anatomie van de geldstromen: Holding vs. Werk-BV 

Om de administratie te vereenvoudigen, moet u eerst de vier primaire financiële relaties tussen uw holding en werk-BV begrijpen. Elke transactie heeft een specifiek doel en een

eigen, correcte manier van verwerken. Het is cruciaal om de financiën van beide entiteiten strikt gescheiden te houden, met aparte bankrekeningen en een loepzuivere administratie voor uw holding en werkmaatschappij

1. Managementvergoeding: U, als Directeur-Grootaandeelhouder (DGA), staat doorgaans op de loonlijst van uw persoonlijke holding. De werkzaamheden verricht u echter voor de werk-BV. Om uw salariskosten – het zogeheten DGA-salaris of gebruikelijk loon – correct toe te rekenen, stuurt de holding periodiek een factuur voor een ‘management fee’ naar 

de werk-BV. De hoogte van dit DGA-salaris is gebonden aan specifieke regels, vastgelegd in artikel 12a van de Wet op de loonbelasting 1964. (Voor een diepgaande analyse van hoe u dit salaris strategisch bepaalt, verwijzen we naar onze gids: "DGA-Salaris 2025: De strategische gids voorbij de € 56.000-norm"). 

2. Rekening-Courant (R/C): Dit is de flexibele ‘tussenrekening’ voor kleine, kortlopende, onderlinge vorderingen en schulden. Betaalt de werk-BV per abuis een factuur voor de holding, of schiet u privé een klein bedrag voor? Dat wordt via de R/C verrekend. Het is een dynamische rekening die continu fluctueert. 

3. Leningen: Voor grotere, structurele financieringen tussen de BV's – bijvoorbeeld als de holding de opstart van een nieuwe activiteit in de werk-BV financiert – is een formele leningsovereenkomst met zakelijke voorwaarden (rente, looptijd, aflossing) wettelijk vereist. 

4. Dividend: Om de winst van de werk-BV veilig te stellen in de holding, kan deze (na aftrek van vennootschapsbelasting) worden uitgekeerd. Dankzij de deelnemingsvrijstelling, zoals vastgelegd in artikel 13 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, is deze winstuitkering van de werk-BV naar de holding onbelast. Dit dividend wordt risicovrij vermogen in de holding, volledig afgeschermd van de operationele risico's in de werk-BV. 

De praktische workflow: boekhouden zonder hoofdpijn 

Met een gestandaardiseerde aanpak voor de meest voorkomende transacties wordt de dubbele administratie een voorspelbare routine. De volgende workflow voor de administratie van uw holding en werk-bv is de sleutel. 

De maandelijkse routine: De management Fee 

Dit is de meest frequente en belangrijkste transactie. Een vaste, maandelijkse workflow voorkomt fouten. 

Stap 1 (In Holding Administratie): Maak aan het begin van de maand een verkoopfactuur aan, gericht aan de werk-BV. Omschrijving: "Managementvergoeding [Maand] [Jaar]". Het bedrag moet conform de afspraken zijn en in beginsel toereikend om uw DGA-salaris en overige holdingkosten te dekken.

Stap 2 (In Werk-BV Administratie): Ontvang de factuur van de holding en boek deze in als inkoopfactuur op een specifieke kostenrekening, bijvoorbeeld ‘4550 Managementkosten’. 

Stap 3 (Vanuit Werk-BV Bank): Betaal de factuur van de werk-BV bankrekening naar de holding bankrekening. 

Stap 4 (In Beide Administraties): Koppel de banktransactie aan de openstaande factuur. In de werk-BV is dit een afschrijving die de inkoopfactuur betaalt; in de holding een bijschrijving die de verkoopfactuur betaalt. 

De dagelijkse praktijk: De rekening-courant (R/C) 

De R/C is essentieel voor flexibiliteit, maar vereist discipline. De sleutel is om voor elke transactie direct een tegenboeking te maken in de andere administratie. 

Cruciale Regel: De Belastingdienst monitort de rekening-courant positie nauwlettend. Onder de 'Wet excessief lenen bij eigen vennootschap' wordt het deel van uw totale schuld aan uw eigen vennootschappen dat uitkomt boven de € 500.000 (grens 2024) belast als een fictieve dividenduitkering in box 2. Het is dus zaak om de R/C-stand periodiek (minimaal per kwartaal) te monitoren en te hoge saldi tijdig aan te zuiveren. 

Workflow Voorbeeld: Holding betaalt een factuur van €1.000 voor de Werk-BV. 

Stap 1 (In Holding Administratie): De bankafschrijving van €1.000 wordt niet op een kostenrekening geboekt, maar op de balansrekening "Rekening-courant werkmaatschappij". Dit creëert een vordering van de holding op de werk-BV. 

Stap 2 (In Werk-BV Administratie): De inkoopfactuur van €1.000 wordt ingeboekt op de juiste kostenrekening (bv. ‘Marketingkosten’). Vervolgens wordt deze factuur niet via de bank betaald, maar afgeboekt op de balansrekening "Rekening-courant holding". Dit creëert een schuld van de werk-BV aan de holding. De R/C-standen in beide 

administraties zijn nu exact elkaars spiegelbeeld. 

"Echte efficiëntie in een holdingstructuur zit niet in de software, maar in de workflow. Veel ondernemers focussen op het automatiseren van de boeking, terwijl de echte winst ligt in het automatiseren van de verzameling van 

documenten. Door de input te automatiseren, wordt de output kinderspel." - Jonah Kacou, Financieel Strateeg bij Boekhouder Digitaal 

De mythe van consolidatie: vrijstelling voor kleine groepen 

De meest hardnekkige mythe die de angst voor een dubbele administratie voedt, is de veronderstelde plicht om een complexe, geconsolideerde jaarrekening op te stellen. Dit is een proces waarbij de afzonderlijke jaarrekeningen van de holding en werk-BV worden samengevoegd, wat specialistische kennis vereist. 

De realiteit is voor de meeste DGA’s echter veel eenvoudiger. De wet biedt namelijk een belangrijke vrijstelling van de consolidatieplicht voor 'kleine groepen', zoals vastgelegd in artikel 2:407 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek. Een groep wordt als 'klein' beschouwd als deze voldoet aan de criteria van artikel 2:396 BW. Dit is het geval als de geconsolideerde cijfers voldoen aan minimaal twee van de volgende drie criteria (bedragen voor 2024, worden jaarlijks geïndexeerd): 

● Balanstotaal: minder dan € 7.500.000 

● Netto-omzet: minder dan € 15.000.000 

● Gemiddeld aantal werknemers: minder dan 50 

Voor de overgrote meerderheid van de dienstverlenende, groeiende ondernemers met een persoonlijke holding en één of enkele werkmaatschappijen, betekent dit dat zij ruimschoots binnen deze grenzen vallen. De wettelijke plicht om een geconsolideerde jaarrekening voor een kleine holding op te stellen en te deponeren is voor hen simpelweg niet van toepassing. Dit vermindert de administratieve last aanzienlijk: de uitdaging is niet het samenvoegen van complexe jaarrekeningen, maar het gedisciplineerd voeren van twee afzonderlijke, relatief eenvoudige administraties. 

Case: van administratieve druk naar volledige controle 

Het gevoel van administratieve overlast is een reële groei-blokkade. Neem een van onze klanten: een succesvolle consultant met een holding en drie werk-BV's. Hij was constant bezig met het najagen van facturen en het managen van vier administraties, tijd die hij niet aan zijn klanten kon besteden. 

Probleem: De administratieve druk van vier entiteiten was zo hoog dat het zijn focus op de kernactiviteiten ondermijnde. De angst voor onvolledigheid en dubbel werk was een constante stressfactor. 

Oplossing: We hebben onze VIP-module geïmplementeerd. Dit is meer dan boekhouden; het is administratief management. We beheren de zakelijke e-mail voor financiële documenten, bellen proactief met leveranciers als een factuur ontbreekt en zorgen dat elke transactie direct correct wordt toegewezen aan de juiste BV. 

Resultaat: De administratieve druk bij de klant is met 80% verlaagd. Voor hem voelt het alsof

de boekhouding volledig is geautomatiseerd, omdat hij zich geen zorgen meer hoeft te maken over de volledigheid of correctheid van de administratie. Hij heeft nu de mentale rust en de tijd om zich 100% op zijn klanten en groei te richten. 

Conclusie: structuur, discipline en de juiste partner 

Een holdingstructuur brengt onvermijdelijk een extra administratie met zich mee. Echter, de perceptie van een onoverkomelijke ‘dubbele last’ is een mythe die kan worden doorbroken met de juiste aanpak. 

Door een helder begrip van de geldstromen, gedisciplineerde workflows voor de management fee en rekening-courant en de kennis dat de consolidatieplicht voor u waarschijnlijk niet geldt, wordt het beheer verrassend overzichtelijk. De administratieve last is geen reden om af te zien van de immense strategische voordelen van een holding. Het is een beheersbaar proces dat, mits goed ingericht, minimale extra inspanning vraagt en maximale controle en zekerheid oplevert. 

Bent u klaar om uw structuur efficiënt in te richten en de administratieve last voorgoed te minimaliseren? 

Plan een vrijblijvende workflow-optimalisatie sessie en ontdek hoe wij een gestroomlijnd proces voor uw holding en werk-BV kunnen opzetten. 

Beoordeeld door Jonah Kacou, Financieel Strateeg bij Boekhouder Digitaal.

Financiën & Fiscaal Ondernemen
1 min
Holdingstructuur voordelen en nadelen: De strategische keuze voor de groeiende ondernemer

Je hebt de startfase overleefd. De omzet groeit gestaag voorbij de €100.000, de opdrachten worden complexer en je denkt na over de volgende stap. Maar met groei komt ook 'groeipijn': een toenemende complexiteit en een onbehaaglijk gevoel dat de risico's groter worden. De vraag is niet langer of je moet professionaliseren, maar hoe

In dit artikel analyseer ik de voordelen en nadelen van een holdingstructuur. Ik behandel het niet als een juridische formaliteit, maar als wat het werkelijk is: een van de krachtigste strategische instrumenten voor de serieuze, groeiende ondernemer. 

Wat is een holdingstructuur precies? Van juridische last naar strategisch fort 

Simpel gezegd is een holdingstructuur een opzet waarbij je minimaal twee BV's hebt: een holding-BV (de moedermaatschappij) en een werk-BV (de dochtermaatschappij). De holding bezit de aandelen van de werk-BV en jij als ondernemer (DGA) bezit de aandelen van de holding. 

In de werk-BV vinden alle dagelijkse, risicovolle activiteiten plaats: je voert opdrachten uit, sluit contracten en hebt personeel in dienst. De holding doet in principe niets, behalve het beheren van de belangrijkste bezittingen. 

Als financieel strateeg zie ik dat de discussie hierover vaak verkeerd wordt gevoerd. Ik stel daarom liever een andere vraag: 

"Veel ondernemers vragen mij: 'Heb ik een holding nodig?'. Dat is de verkeerde vraag. De juiste strategische vraag die je jezelf moet stellen is: 'Hoeveel van mijn

zuurverdiende vermogen en intellectueel eigendom wil ik blootstellen aan operationeel risico?'. Een holding is simpelweg het enige professionele antwoord op die tweede vraag." 

- Jonah Kacou, Financieel Strateeg bij Boekhouder Digitaal 

De strategische voordelen: Waarom een holding de investering waard is 

De echte waarde van een holding wordt duidelijk wanneer we kijken naar de strategische voordelen die het biedt voor vermogensopbouw, risicobeheersing en flexibiliteit. 

Voordeel 1: Risicospreiding Holding - bescherm uw kroonjuwelen 

Dit is het meest fundamentele voordeel. Door uw operationele activiteiten (werk-BV) te scheiden van uw waardevolle bezittingen (holding), creëer je een financieel fort. Mocht de werk-BV onverhoopt failliet gaan door een bedrijfsongeval, een claim of een conflict, dan blijven de opgebouwde winstreserves, uw intellectueel eigendom (software, merknaam) en eventueel vastgoed veilig in de holding. Zonder holdingstructuur staat uw volledige vermogen bloot aan de risico's van de onderneming. 

Voordeel 2: Deelnemingsvrijstelling - de fiscale vrijkaart bij winstuitkering en verkoop 

De 'deelnemingsvrijstelling' is het fiscale kroonjuweel van de holdingstructuur. Dankzij deze regeling, zoals vastgelegd in artikel 13 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, kan de winst die uw werk-BV maakt, belastingvrij worden uitgekeerd aan de holding. Dit betekent dat u winst kunt oppotten in uw veilige 'spaarpot' zonder direct vennootschapsbelasting te betalen. 

Dit is ook cruciaal bij een toekomstige verkoop van uw bedrijf. Verkoopt de holding de aandelen van de werk-BV, dan is de verkoopwinst volledig onbelast en vloeit deze bruto de holding in. Zonder holding zou u over de verkoopwinst direct een aanzienlijk percentage inkomstenbelasting in box 2 moeten afdragen. 

Voordeel 3: Investeren vanuit de Holding - uw motor voor toekomstige groei 

Het geld dat belastingvrij in uw holding is geparkeerd, vormt de brandstof voor uw toekomstige ambities. U kunt dit vermogen direct investeren vanuit de holding

● Een tweede werkmaatschappij starten voor een nieuwe bedrijfsactiviteit. ● Beleggen in aandelen of vastgoed om uw vermogen verder te laten renderen. ● Een strategische overname financieren. 

Dit geeft u een enorme strategische flexibiliteit die u als DGA met een enkele BV of als eenmanszaak simpelweg niet heeft. 

De nadelen en overwegingen: Een realistische blik 

Transparantie is cruciaal. Een holdingstructuur is een investering en kent naast voordelen ook nadelen die een realistische afweging vereisen. 

Nadeel 1: Hogere kosten 

Een holdingstructuur betekent twee BV's en dus dubbele kosten bij de notaris voor de oprichting. Jaarlijks betaal je ook voor: 

● Twee inschrijvingen bij de Kamer van Koophandel (KVK). 

● Het opstellen en deponeren van twee aparte jaarrekeningen. 

● Extra administratiekosten voor het voeren van twee boekhoudingen. 

Ik adviseer mijn cliënten altijd om deze kosten te zien als de vaste, voorspelbare premie voor de verzekering van hun vermogen. 

Nadeel 2: administratieve discipline 

Een holdingstructuur vereist een zakelijke aanpak. Transacties tussen de holding en werk-BV, zoals een managementvergoeding of een lening, moeten correct worden vastgelegd. Volgens de Belastingdienst moet bijvoorbeeld een lening aan uzelf als DGA voldoen aan zakelijke voorwaarden om te voorkomen dat deze als 'excessief' wordt gezien. Dit is een discipline die, met de juiste strategische partner, een gestroomlijnd proces wordt in plaats van een last. 

Het omslagpunt: Is een holdingstructuur de juiste Stap voor jou?

Een holding is niet voor iedereen. Voor een startende ondernemer is het vaak overkill. Maar voor de 'Scaler' wordt het al snel een strategische noodzaak. Overweeg een holding serieus als u een of meer van de volgende vragen met 'ja' beantwoordt: 

● Maakt uw onderneming structureel meer dan €100.000 winst per jaar? ● Heeft u waardevol intellectueel eigendom te beschermen, zoals software of een merk? ● Heeft u plannen om in de toekomst (een deel van) uw bedrijf te verkopen? ● Wilt u opgebouwde winst gebruiken voor nieuwe investeringen of beleggingen? ● Overweegt u personeel aan te nemen, wat de operationele risico's verhoogt? 

Een holdingstructuur is een fundamenteel onderdeel van een solide bedrijfsstructuur. Lees meer over de basis in mijn bredere gids: Het Fundament voor Groei: De Definitieve Gids voor de Financiële en Juridische Structuur van uw Bedrijf. 

Conclusie: Van kostenpost naar strategische investering 

De discussie over een holdingstructuur gaat niet over het besparen op notariskosten. Het gaat over het beschermen van de waarde die u met bloed, zweet en tranen heeft opgebouwd. Voor de ambitieuze ondernemer die focust op risicobeheersing, vermogensgroei en een strategische toekomst, wegen de voordelen van een holdingstructuur ruimschoots op tegen de nadelen. Het is de ultieme upgrade van uw financiële en juridische pantser. 

Bent u klaar om uw bedrijf en vermogen naar het volgende niveau van professionaliteit en veiligheid te tillen? 

Plan een strategiesessie. 

Beoordeeld door Jonah Kacou, Financieel Strateeg bij Boekhouder Digitaal

Financiën & Fiscaal Ondernemen
1 min
Investeringsaftrek 2025: Van kostenpost naar maximaal fiscaal rendement

U investeert niet zomaar in een nieuwe laptop of kantoorinrichting; u investeert in de groei en efficiëntie van uw onderneming. Elke tool is een strategische zet om uw dienstverlening te verbeteren en uw omzet te verhogen. Maar hoe zorgt u ervoor dat elke geïnvesteerde euro fiscaal maximaal rendeert? 

De Nederlandse overheid stimuleert ondernemers om te investeren via diverse aftrekregelingen. Door gebruik te maken van de investeringsaftrek 2025 verlaagt u de fiscale winst, waardoor u direct minder belasting betaalt. Voor de ambitieuze, groeiende ondernemer is het echter niet voldoende om te weten dat deze regelingen bestaan. De ware winst zit in het begrijpen welke regeling van toepassing is, hoe u deze slim combineert en hoe u uw investeringsplanning optimaliseert voor het hoogst mogelijke rendement. 

Dit artikel geeft u de strategische handvatten om investeringsaftrek niet als een administratieve taak te zien, maar als een krachtig financieel instrument. 

De Drie Pijlers van Investeringsaftrek 

Volgens de Belastingdienst zijn er drie hoofdvormen van investeringsaftrek, elk met een eigen doel: 

Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA): De bekendste regeling, bedoeld om investeringen in algemene bedrijfsmiddelen te stimuleren (geregeld in artikel 3.41 Wet IB 2001). 

Energie-investeringsaftrek (EIA): Een extra fiscaal voordeel voor investeringen in energiebesparende bedrijfsmiddelen die op de Energielijst van de RVO staan (artikel 3.42a Wet IB 2001).

Milieu-investeringsaftrek (MIA): Gericht op investeringen in milieuvriendelijke technieken die zijn opgenomen in de Milieulijst van de RVO (artikel 3.42b Wet IB 2001). 

De praktijk: Welke aftrek voor uw investering? 

Voor een dienstverlener zoals een IT-consultant of marketingstrateeg zijn de investeringen vaak minder tastbaar dan een machine in een fabriek. Toch komen juist veel van uw kerninvesteringen in aanmerking. 

KIA: De basis voor uw laptop, software en inventaris 

De KIA is uw belangrijkste instrument voor dagelijkse bedrijfsmiddelen. U komt in 2025 in aanmerking als u in een boekjaar in totaal tussen €2.901 en €392.230 investeert in bedrijfsmiddelen die elk minimaal €450 kosten. Denk hierbij aan: 

Hardware: Laptops, servers, monitoren. 

Kantoorinrichting: Bureaus, ergonomische stoelen, archiefkasten. ● Software (de cruciale nuance): Hier ontstaat vaak verwarring. Investeringsaftrek op software is alleen mogelijk als u de economische eigendom verwerft. Dit geldt voor eenmalige aankopen van softwarepakketten, maar expliciet niet voor periodieke licentiekosten of maandelijkse SaaS-abonnementen (zoals Microsoft 365 of Slack). Die laatste zijn reguliere bedrijfskosten, geen investeringen voor de KIA. 

EIA & MIA: De groene bonus 

Met de EIA (40% aftrek) en MIA (tot 45% aftrek) kunt u een extra fiscale bonus behalen op specifieke, duurzame investeringen. Denk aan de installatie van zonnepanelen op uw kantoorpand, een hoog-efficiënt LED-verlichtingssysteem of kantoormeubilair dat aantoonbaar circulair is, mits deze op de officiële Energielijst of Milieulijst van de RVO staan. 

De strategische winst: Verder kijken dan het voor de hand liggende 

"De meeste ondernemers focussen op de aftrek voor hun grootste investering. De échte strategische winst zit echter in het zorgvuldig analyseren van álle uitgaven, van laptop tot bureaustoel en die te bundelen tot een maximaal fiscaal voordeel." 

● Jonah Kacou, financieel strateeg

Dit inzicht is geen theorie; het levert in de praktijk direct geld op. Recent hielpen we een klant in de taxibranche. Hij was zich bewust van de investeringsaftrek voor zijn nieuwe taxi, een forse uitgave. Hij was er echter niet van op de hoogte dat ook zijn nieuwe telefoon, de laptop waarop hij zijn ritten plant en de kantoorinrichting van zijn kleine kantoor in aanmerking kwamen voor de KIA. 

Door deze 'vergeten' bedrijfsmiddelen te bundelen, overschreed hij de drempel voor de KIA en realiseerde hij een directe belastingbesparing van ruim tweeduizend euro. Dit is het verschil tussen de regels kennen en ze strategisch toepassen. 

Let bij het plannen van uw investeringen op de volgende regels: 

1. U mag de KIA combineren met de EIA voor hetzelfde bedrijfsmiddel. 2. U mag de KIA combineren met de MIA voor hetzelfde bedrijfsmiddel. 3. U mag nooit de EIA en de MIA voor hetzelfde bedrijfsmiddel combineren; u moet een keuze maken. 

Houd tot slot rekening met de desinvesteringsbijtelling (geregeld in artikel 3.47 Wet IB 2001). Verkoopt u een bedrijfsmiddel waarvoor u KIA heeft ontvangen binnen vijf jaar, dan moet u volgens de Belastingdienst een deel van de aftrek terugbetalen. Soms loont het om een verkoop even uit te stellen. 

Conclusie: uw investering als fiscaal instrument 

Investeringsaftrek is meer dan een vinkje op uw belastingaangifte. Voor de strategische ondernemer is het een instrument om de cashflow te verbeteren en de terugverdientijd van investeringen te verkorten. Door de regels van de KIA, EIA en MIA te doorgronden en uw investeringen slim te plannen en te combineren, transformeert u een uitgave in een maximaal renderend bedrijfsmiddel. 

Bent u klaar om uw investeringsplannen om te zetten in maximaal fiscaal voordeel? Onze specialisten brengen graag de concrete kansen voor uw onderneming in kaart. 

[Plan een adviesgesprek] 

Beoordeeld door Jonah Kacou, financieel strateeg bij Boekhouder Digitaal.

Financiën & Fiscaal Ondernemen
1 min
Vermogen opbouwen in BV of privé? De ultieme beslisboom voor de DGA (2025)

Als succesvolle Directeur-Grootaandeelhouder (DGA) komt u onvermijdelijk op een strategisch kruispunt: de winst in uw BV groeit. U heeft een luxeprobleem. De vraag is niet langer of u vermogen opbouwt, maar hoe u dit het meest efficiënt doet. Laat u het geld in de BV en belegt u het daar? Keert u het uit als dividend om in privé (Box 3) te investeren? Of kiest u voor een complexere route, zoals lenen van de eigen vennootschap? 

De keuze voor vermogen opbouwen in de BV of privé is meer dan een simpele rekensom. Het is een strategische afweging die uw financiële toekomst, flexibiliteit en risicoblootstelling voor de komende jaren bepaalt. In deze gids bieden we geen standaard antwoord, maar een beslisboom die u helpt de juiste route voor uw unieke situatie te bepalen. 

De 3 kernroutes voor uw vermogen:

Een overzicht Voordat we de diepte ingaan, schetsen we de drie strategische paden die voor u openliggen: 

1. Vermogen in de BV houden en zakelijk beleggen: U betaalt vennootschapsbelasting (VPB) over het behaalde rendement, conform de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. De belastingheffing in Box 2 over het dividend wordt uitgesteld. 

2. Dividend uitkeren en in privé beleggen: U rekent direct de Box 2-heffing af over de dividenduitkering en belegt het netto bedrag vervolgens in privé, waar het jaarlijks wordt belast in Box 3 van de Wet inkomstenbelasting 2001

3. Geld lenen van de BV om in privé te beleggen: Een complexe route om liquiditeit naar privé te halen zonder (direct) dividendbelasting te betalen, maar met strikte voorwaarden. 

Start van de beslisboom: Wat is uw rendementsverwachting? 

De eerste en meest cruciale vraag in de beslisboom is uw realistische 

rendementsverwachting. Dit is de belangrijkste variabele die het fiscale omslagpunt bepaalt.

Scenario A: laag tot gematigd rendement (onder de 6%) 

Verwacht u een relatief bescheiden, stabiel rendement? Dan is Route 1: Beleggen in de BV vaak de fiscaal meest gunstige optie. 

De logica: In de BV betaalt u vennootschapsbelasting over uw werkelijke rendement. Volgens de tarieven van de Belastingdienst voor 2025 is dit 19% over de winst tot €200.000 (vastgelegd in artikel 22 van de Wet Vpb). In privé betaalt u in 2025 een heffing van 36% over een forfaitair (fictief) rendement, zoals bepaald in Hoofdstuk 5 van de Wet inkomstenbelasting 2001. Bij een lager rendement is de VPB-druk in de BV dus significant lager dan de Box 3-heffing in privé. Bovendien zijn eventuele verliezen in de BV aftrekbaar van de winst, wat in Box 3 niet het geval is. 

Scenario B: Hoog rendement (boven de 7-8%) 

Bent u een offensieve belegger die een hoog rendement verwacht? Dan wordt Route 2: Uitkeren naar Privé (Box 3) strategisch interessant. 

De logica: Hoewel u direct de 'pijn' voelt van de dividendbelasting in Box 2 (Hoofdstuk 4 van de Wet inkomstenbelasting 2001), kan deze route op de lange termijn voordeliger zijn. Bij een structureel hoog rendement kan de jaarlijkse heffing van de vennootschapsbelasting in de BV zwaarder wegen dan de Box 3-heffing in privé. U bereikt hier het 'omslagpunt beleggen in bv of privé'. 

"De meeste ondernemers focussen blind op het wiskundige omslagpunt. De échte strategische vraag is niet wanneer je de laagste belastingdruk hebt, maar welke structuur je de meeste flexibiliteit en gemoedsrust geeft om je langetermijndoelen te bereiken. Een paar duizend euro fiscaal voordeel weegt niet op tegen een structuur die je 's nachts wakker houdt." 

- Jonah Kacou, financieel strateeg bij Boekhouder Digitaal

Tweede Beslispunt: Hoe Belangrijk is Risico en Flexibiliteit? 

Nu we de cijfers hebben bekeken, leggen we de rekenmachine even opzij. Uw keuze hangt ook af van uw behoefte aan risicomanagement en flexibiliteit. 

Heeft u behoefte aan risicospreiding? Overweeg een holdingstructuur 

Voor de strategische ondernemer die risico's wil beheersen, is het beleggen vanuit een holding een superieure structuur. Door winst uit uw werkmaatschappij belastingvrij (op basis van de deelnemingsvrijstelling in artikel 13 van de Wet Vpb) over te hevelen naar een persoonlijke holding, scheidt u uw opgebouwde vermogen van de operationele risico's van uw bedrijf. Een faillissement in de werk-BV heeft dan in principe geen impact op uw beleggingspot. 

Heeft u behoefte aan flexibiliteit en privacy? Overweeg Privé 

Vermogen in privé is direct beschikbaar voor persoonlijke uitgaven, zonder dat een officieel dividendbesluit nodig is. Daarnaast biedt het meer privacy; uw privévermogen is niet zichtbaar in de jaarrekening die u bij de Kamer van Koophandel deponeert, in tegenstelling tot de beleggingen in de BV. 

Derde beslispunt: Heeft u op oorte termijn privé-liquiditeit nodig? 

Stel, u wilt een grote privé-investering doen, maar de Box 2-heffing op een dividenduitkering uitstellen. Dan komt Route 3: Lenen van de BV in beeld. 

Dit is echter een route met scherpe randen. De belangrijkste valkuil is de Wet excessief lenen bij eigen vennootschap. Deze wetgeving stelt dat alles wat u (en uw partner) meer leent dan een vastgesteld drempelbedrag (€500.000 in 2025), door de Belastingdienst automatisch wordt gezien als een dividenduitkering en dus zwaar wordt belast in Box 2. Deze route vereist specialistisch advies om kostbare fouten te voorkomen.

Conclusie: Van complexe keuze naar proactieve strategie 

Kenmerk Route 1: Beleggen in BV Route 2: Beleggen in Privé (Box 3)
Belasting op rendement Vennootschapsbelasting (19% of 25,8%) over werkelijk rendement. Box 3-heffing (36%) over een forfaitair rendement.
Belasting bij uitkeren Uitgestelde Box 2-heffing. Directe Box 2-heffing over de dividenduitkering.
Aftrekbaarheid verliezen Ja, verliezen zijn aftrekbaar van de winst. Nee, verliezen zijn niet aftrekbaar.
Risico afscherming Hoog, mits belegd in een aparte holding. Laag, geen structurele scheiding van bedrijfsrisico's.
Fiscaal gunstig bij Lager verwacht rendement (<6%) en/of lange horizon. Hoger verwacht rendement (>7-8%).

Deze tabel toont de complexiteit. Een keuze die u vandaag maakt op basis van aannames, kan volgend jaar alweer suboptimaal zijn. Precies daarom hanteren wij een unieke, proactieve werkwijze

Wij verwerken uw administratie niet jaarlijks achteraf, maar elk kwartaal. Hierdoor hebben we actueel, glashelder inzicht in uw financiële situatie. Op basis van die data kunnen we u ruim vóór het einde van het boekjaar uitnodigen voor een strategiesessie. In dat gesprek leggen we de puzzelstukken van uw bedrijf en uw persoonlijke doelen samen. We bepalen proactief welke route voor het komende jaar de beste balans biedt tussen maximaal fiscaal voordeel en uw persoonlijke gemoedsrust.

Plan uw strategische adviessessie 

Wacht niet tot de keuzes complex worden en de deadlines naderen. Laat ons uw actuele, kwartaal-verwerkte cijfers gebruiken om nu al de juiste koers voor volgend jaar te bepalen. Plan een vrijblijvende strategiesessie en transformeer een jaarlijks vraagstuk in een proactief voordeel. 

Financiën & Fiscaal Ondernemen
1 min
DGA-Salaris 2025: De strategische gids voorbij de € 56.000-norm

DGA-Salaris 2025: De strategische gids voorbij de € 56.000-norm 

Als directeur-grootaandeelhouder (DGA) navigeert u in 2025 door een perfecte storm van fiscale complexiteit. De regels rondom het DGA-salaris 2025 zijn niet alleen aangescherpt; de Belastingdienst heeft ook de handhaving opgevoerd na een onderzoek waaruit bleek dat de schatkist miljarden misloopt door onjuist vastgestelde salarissen. De angst voor een naheffing is hierdoor reëler dan ooit. 

Tegelijkertijd is de strategische afweging tussen salaris en dividend exponentieel complexer geworden. De oude wijsheid "houd je salaris zo laag mogelijk" is een gevaarlijke oversimplificatie die duizenden euro's kan kosten. De nieuwe interactie tussen uw dividenduitkering en uw heffingskortingen creëert een verborgen belastingdruk die veel adviseurs over het hoofd zien. 

Dit artikel is uw strategische draaiboek. We gaan verder dan de basisregels. We ontrafelen de complexiteit, bieden concrete strategieën voor het vinden van uw fiscale 'sweet spot' en laten zien hoe u de gebruikelijkloonregeling, zoals vastgelegd in de wet, transformeert van een verplichting naar uw meest krachtige instrument voor financiële optimalisatie. 

De fundamenten: De gebruikelijkloonregeling voor DGA's 

Voordat we kunnen optimaliseren, moeten we de basisregels beheersen. De gebruikelijkloonregeling, wettelijk verankerd in artikel 12a van de Wet op de loonbelasting 1964, is ontworpen om te voorkomen dat u zichzelf een te laag salaris uitkeert om zo de winst als (vaak lager belast) dividend op te nemen.

De ‘Hoogste-van’-Toets: drie gouden regels 

Volgens de richtlijnen van de Belastingdienst, gebaseerd op artikel 12a Wet LB, moet uw gebruikelijk loon ten minste gelijk zijn aan het hoogste van de volgende drie bedragen: 

1. Het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking: Wat zou een werknemer zonder uw aandelenbelang verdienen in een vergelijkbare functie? Dit is vaak het meest discussiegevoelige punt waar een goede onderbouwing cruciaal is. 

2. Het loon van de meestverdienende werknemer: Het salaris van de best betaalde medewerker binnen uw BV of een verbonden vennootschap. 

3. Het normbedrag: Voor 2025 is dit, net als in 2024, vastgesteld op een minimum van € 56.000 bruto per jaar. 

In de praktijk betekent dit dat als het loon van een vergelijkbare functie op € 80.000 wordt geschat, u uzelf ook een salaris van € 80.000 moet toekennen, ook al is de meestverdienende werknemer € 65.000 en het normbedrag € 56.000. De hoogste van de drie is leidend. 

Wat telt mee als loon? De fout die veel DGA's maken 

Een veelgemaakte fout is om alleen naar het bruto maandsalaris te kijken. Voor de fiscus tellen andere looncomponenten echter ook mee, wat u strategische ruimte geeft. Denk hierbij aan: 

De bijtelling voor de auto van de zaak: De fiscale waarde van het privégebruik van uw zakelijke auto wordt beschouwd als loon. 

Loon in natura: Zaken als een door de BV betaalde telefoonrekening of andere vergoedingen. 

Individualiseerbare eindheffingslonen: Bepaalde vergoedingen en verstrekkingen die onder de werkkostenregeling (WKR) vallen, mits ze direct aan u als DGA toe te wijzen zijn. 

Stel, uw vastgestelde gebruikelijk loon is € 65.000. Heeft u een auto van de zaak met een jaarlijkse bijtelling van € 11.000? Dan hoeft uw reguliere brutosalaris nog maar € 54.000 te bedragen om aan de regels te voldoen. Dit is een essentieel onderdeel van de fiscaal voordeel DGA strategie. 

De strategie: Van plicht naar een slimme puzzel 

Nu de compliance-basis helder is, verschuiven we de focus naar het domein van de financieel strateeg. Hoe navigeren we door de regels om uw totale belastingdruk te minimaliseren? Het antwoord ligt in de loon-dividendoptimalisatie

"Zodra je weet waar jouw fiscale 'sweet-spot' ligt, wordt je DGA-salaris opeens een interessant spelletje."

- Jonah Kacou, financieel strateeg bij Boekhouder Digitaal 

Salaris vs. dividend 2025: De verborgen belastingdruk 

De belangrijkste wijziging voor 2025 is dat uw inkomen uit Box 2 (dividend) voortaan meetelt voor de afbouw van de algemene heffingskorting in uw Box 1-aangifte. Dit betekent dat een dividenduitkering uw belastingkorting op uw salaris kan verlagen, waardoor u daar méér belasting betaalt. 

De effectieve belastingdruk op uw dividend is hierdoor hoger dan het nominale Box 2 dividendbelasting tarief van 24,5% (tot € 67.804) of 31% (daarboven). De optimale verdeling tussen salaris en dividend is geen standaardformule meer; het is een wiskundige puzzel die voor elke DGA een andere uitkomst heeft. Een op maat gemaakte berekening is essentieel om te voorkomen dat u duizenden euro's laat liggen. 

Het bewijs in de praktijk: De kracht van controle 

Voor veel groeiende ondernemers is de overstap van een eenmanszaak naar een BV een grote stap. De DGA-salarisregels kunnen daarbij als een rigide verplichting voelen. Maar met de juiste strategie wordt het juist een instrument voor controle, zoals een van onze cliënten ontdekte: 

"Als zorgverlener twijfelde ik over de overstap naar een BV, omdat ik op het fiscale omslagpunt zat. De adviseur van Boekhouder Digitaal liet me zien hoe de wisselwerking tussen salaris en dividend juist voor vrijheid zorgt. Ik bepaal nu zelf wanneer ik extra geld uit de zaak onttrek en dus meer belasting betaal, en wanneer ik precies onder die ‘sweet spot’ blijf. Die controle over mijn financiële planning is onbetaalbaar." 

- Een klant van Boekhouder Digitaal 

Strategieën voor Uitzonderingen: Een Lager Salaris Onderbouwen 

De realiteit voor 2025 is: documentatie is uw nieuwe zekerheid. De Belastingdienst heeft de makkelijke uitwegen, zoals de doelmatigheidsmarge, afgeschaft. Als u wilt afwijken van de hoofdregels uit artikel 12a Wet LB, moet u een waterdicht dossier opbouwen. De bewijslast ligt volledig bij u. 

1. De Startende of Verlieslijdende BV 

Is de winst te laag om het minimumsalaris te betalen? Een verlaging is mogelijk, maar alleen

als u kunt aantonen dat de continuïteit van de onderneming structureel in gevaar komt. Een incidenteel verliesjaar is onvoldoende. Uw onderbouwing moet bestaan uit financiële prognoses en het bewijs dat er geen grote privé-onttrekkingen zijn gedaan die suggereren dat de ruimte er wél was. 

2. De Parttime DGA 

De mythe dat u het normbedrag van € 56.000 simpelweg naar rato mag verlagen, is een gevaarlijke misvatting. U moet aannemelijk maken dat het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking voor een vergelijkbare parttime managementfunctie ook daadwerkelijk lager zou zijn. Dit vereist marktonderzoek naar salarissen en een duidelijke vastlegging in uw managementovereenkomst. 

3. De Afroommethode (voor specialisten) 

Voor DGA's wier omzet bijna volledig afhangt van hun persoonlijke arbeid (zoals consultants of advocaten), kan de 'afroommethode' een optie zijn. Hierbij wordt het salaris gebaseerd op de omzet, minus kosten en een redelijke winstmarge. Dit is een geavanceerde techniek die altijd overleg met een fiscaal specialist vereist. 

Conclusie: transformeer uw salaris van plicht naar strategie 

De gebruikelijkloonregeling voor 2025 is meer dan een administratieve horde; het is een complex strategisch vraagstuk met directe impact op uw netto-inkomen. De toenemende controle en afnemende flexibiliteit maken een proactieve, datagedreven aanpak onmisbaar. 

De belangrijkste inzichten: 

Compliance is het startpunt, niet het einddoel. Voldoen aan de € 56.000-norm is slechts de eerste stap. 

Documentatie is uw beste verdediging. Voor elke afwijking van de norm, zoals vastgelegd in de wet, is een ijzersterk, schriftelijk onderbouwd dossier cruciaal.

De salaris-dividend afweging is puur maatwerk. De "verborgen belastingdruk" vereist een persoonlijke berekening om uw fiscaal meest optimale route te bepalen. 

Het simpelweg toepassen van een standaardregel kan u duizenden euro's per jaar kosten. Bent u klaar om uw DGA-salaris te transformeren van een hoofdpijndossier naar een krachtig instrument voor financiële groei? 

Financiën & Fiscaal Ondernemen
1 min
Belastingdruk Eenmanszaak vs. BV Berekenen: Het definitieve omslagpunt voor de groeiende ondernemer

Betaal je op jaarbasis meer dan €30.000 aan inkomstenbelasting over je winst uit onderneming? Dan is dit geen artikel, maar een uitnodiging voor een strategisch gesprek. De vraag is niet langer of je moet nadenken over een BV, maar hoe je de overstap financieel en strategisch optimaliseert. Veel ondernemers staren zich blind op een mythisch ‘omslagpunt’, een enkel winstgetal dat de keuze zou dicteren. De realiteit is complexer en persoonlijker. Dit artikel geeft u geen simpel getal; het geeft u de juiste formule. We laten u precies zien hoe u de belastingdruk van een eenmanszaak vs. een BV kunt berekenen aan de hand van een concreet rekenvoorbeeld, zodat u niet alleen een beslissing neemt, maar de juiste beslissing voor de toekomst van uw bedrijf. 

De mythe van het vaste omslagpunt: Waarom €100.000 winst niet het hele verhaal is 

Online vindt u talloze bronnen die een omslagpunt noemen, variërend van €90.000 tot wel €150.000 winst per jaar. Deze discrepantie is het bewijs dat een universeel getal niet bestaat. Het is een mythe. De keuze voor een BV is geen simpele fiscale rekensom; het is een strategische beslissing die afhangt van een reeks persoonlijke en zakelijke variabelen. Voor de ‘Scaler’ – de ondernemer die de startfase voorbij is – is blind vertrouwen op een generiek getal een risico. Uw persoonlijke omslagpunt hangt af van factoren als uw toekomstplannen,

risicotolerantie, investeringsbehoeften en de hoogte van uw salaris. De focus moet daarom verschuiven van "Wat is het omslagpunt?" naar "Hoe bepaal ik mijn omslagpunt?". 

De variabelen in uw persoonlijke formule 

Om uw persoonlijke omslagpunt te bepalen, moeten we de belangrijkste financiële en juridische verschillen tussen de eenmanszaak en de BV analyseren. 

Variabele 1: De kern van de zaak - Belastingdruk 

Het meest besproken verschil zit in de manier waarop winst wordt belast. 

Eenmanszaak (EZ): De winst valt, na aftrek van uw ondernemersfaciliteiten, direct onder de tarieven voor Box 1, zoals vastgelegd in de Wet inkomstenbelasting 2001. Dit is een progressief tarief dat in 2025 oploopt tot 49,50%. U profiteert echter van belangrijke aftrekposten. De twee voornaamste zijn de zelfstandigenaftrek, geregeld in artikel 3.76 van de Wet IB 2001, die voor 2025 is vastgesteld op €2.470, en de MKB-winstvrijstelling (artikel 3.79a Wet IB 2001), waarmee u 12,7% van de winst na de ondernemersaftrek mag vrijstellen. 

Besloten Vennootschap (BV): De BV betaalt vennootschapsbelasting (VPB) over de winst, zoals geregeld in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Dit tarief bedraagt in 2025 19% over de winst tot €200.000 en 25,8% over het meerdere. Het geld dat u aan uzelf uitkeert als salaris, wordt vervolgens belast in Box 1. Keert u winst uit als dividend, dan betaalt u hierover inkomstenbelasting in Box 2. 

De kern van de berekening is dus het punt waarop het gecombineerde tarief van vennootschapsbelasting en de belasting op dividend (Box 2) lager uitvalt dan het toptarief van de inkomstenbelasting (Box 1). 

Variabele 2: Het verplichte DGA-salaris 

Als directeur-grootaandeelhouder (DGA) van uw BV bent u wettelijk verplicht uzelf een salaris toe te kennen dat 'gebruikelijk' is voor uw werkzaamheden. Dit is vastgelegd in artikel 12a van de Wet op de loonbelasting 1964, beter bekend als de 'gebruikelijk-loonregeling'. Voor 2025 

stelt de Belastingdienst dit minimumsalaris vast op €56.000, of hoger indien een hoger salaris gebruikelijk is voor het niveau en de duur van uw arbeid. Dit salaris is een aftrekbare kostenpost voor de BV (wat de winst en dus de VPB verlaagt) en wordt bij u privé belast in Box 1, net als het salaris van een reguliere werknemer. Dit is een fundamenteel verschil met de eenmanszaak, waar u vrij bent om te bepalen hoeveel u privé opneemt zonder salarisverplichting.

Variabele 3: Risicobeheer en privé-aansprakelijkheid 

Een niet-fiscale, maar vaak doorslaggevende factor is de aansprakelijkheid. Bij een eenmanszaak bent u met uw volledige privévermogen aansprakelijk voor de schulden van uw bedrijf. Groeit uw bedrijf, neemt u personeel aan of sluit u grote contracten, dan groeit dit risico exponentieel. Een BV is een aparte rechtspersoon. Dit betekent dat, behoudens gevallen van wanbestuur, alleen het vermogen van de BV kan worden aangesproken door schuldeisers. Voor de "Scaler" is deze bescherming van het privévermogen vaak de investering in de hogere oprichtings- en administratiekosten van de BV meer dan waard. 

Rekenvoorbeeld: De impact van de nieuwe cijfers 

De wijzigingen voor 2025, met name de lagere aftrekposten voor de eenmanszaak, hebben een aanzienlijke impact op de netto belastingdruk en vervroegen het omslagpunt waarop een BV fiscaal aantrekkelijker wordt. 

Laten we hetzelfde scenario (€150.000 winst) opnieuw doorrekenen met de cijfers voor 2025 en het minimum DGA-salaris.

Vergelijking: Eenmanszaak (EZ) vs BV bij €150.000 winst (2025)
Kostenpost / opbrengst Eenmanszaak (EZ) Besloten Vennootschap (BV)
Resultaat onderneming
Winst voor belasting€ 150.000€ 150.000
DGA-salarisn.v.t.− € 56.000
Winst BV voor VPBn.v.t.€ 94.000
Vennootschapsbelasting (19%)n.v.t.− € 17.860
Winst BV na VPBn.v.t.€ 76.140
Privé inkomen (Box 1)
Winst uit onderneming€ 150.000
Zelfstandigenaftrek (2025)− € 2.470
Belastbare winst voor MKB€ 147.530
MKB-winstvrijstelling (12,7%)− € 18.736
DGA-salaris€ 56.000
Belastbaar inkomen Box 1€ 128.794€ 56.000
Te betalen inkomstenbelasting (ca.)€ 54.000€ 17.000
Dividenduitkering (Box 2)
Winst na VPB als dividend€ 76.140
Te betalen dividendbelasting (ca.) n.v.t. € 19.196 (24,5% over € 67.804 + 31% over € 8.336)
Totale belastingdruk€ 54.000 € 54.056 (€ 17.860 VPB + € 17.000 IB + € 19.196 Div)
Netto over€ 96.000 € 95.944 (€ 76.140 − € 19.196 dividend + € 39.000 netto salaris)

Disclaimer: Dit is een versimpelde berekening. Heffingskortingen en andere persoonlijke factoren zijn niet meegenomen.

Met de nieuwe, lagere aftrekposten voor 2025 is de fiscale balans in dit scenario nagenoeg identiek. Dit benadrukt de cruciale boodschap: de niet-fiscale voordelen, zoals de beperking van privé-aansprakelijkheid en de mogelijkheid om winst in de BV te herinvesteren,

worden nu bij een winst van €150.000 de doorslaggevende factoren. 

Onze Strategie: Hoe tijdige data een besparing van €50.000 opleverde 

De bovenstaande berekening toont aan dat het omslagpunt afhangt van keuzes. Dit is waar onze unieke werkwijze het verschil maakt. Omdat wij de administratie van onze klanten elk kwartaal volledig verwerken, hebben we continu inzicht in hun financiële prestaties. We wachten niet tot het jaar voorbij is. 

Dit stelde ons in staat om een ondernemer in de transportsector proactief uit te nodigen voor een strategisch gesprek. Zijn winst explodeerde en zijn risicoprofiel veranderde. Op basis van onze real-time data en prognoses adviseerden we hem om met terugwerkende kracht per 1 januari van dat jaar een BV op te richten. 

Het resultaat? Een directe, jaarlijkse belastingbesparing van meer dan €50.000. Dit was geen geluk, maar het gevolg van een proactieve, datagedreven strategie die voorkomt dat u pas achteraf constateert dat u tienduizenden euro's op tafel hebt laten liggen. 

[Plan een kennismaking] 

Conclusie: Uw persoonlijke omslagpunt bepalen 

Het exacte omslagpunt is geen getal, maar het resultaat van een strategische formule met variabelen die uniek zijn voor uw situatie. De belangrijkste factoren zijn uw winst, uw salarisbehoefte, uw risicotolerantie en uw investeringsplannen. 

Het analyseren van de belastingdruk van een eenmanszaak vs. een BV is de eerste, cruciale stap. Maar alleen een analyse op maat, gebaseerd op uw actuele cijfers en toekomstvisie, kan leiden tot een geoptimaliseerde beslissing die u niet alleen geld bespaart, maar uw bedrijf ook klaarstoomt voor de volgende groeifase. 

Bent u klaar om te stoppen met gissen en te beginnen met berekenen? Ontdek wat de overstap naar een BV specifiek voor u kan betekenen. 

[Bereken hier je omslagpunt] 

Beoordeeld door Jonah Kacou, financieel strateeg bij Boekhouder Digitaal.